Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
Cookies op 50plusser.nl

50plusser maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. 50plusser gebruikt functionele en analytische cookies om u een optimale bezoekerservaring te bieden. Bovendien plaatsen derde partijen tracking cookies om u gepersonaliseerde advertenties te tonen en om buiten de website van 50plusser relevante aanbiedingen van 50plusser te doen. Ook worden er tracking cookies geplaatst door social media-netwerken.
Door op Akkoord te klikken gaat u hiermee akkoord.

Akkoord
 
Geen cookies


Klik hier voor meer informatie.
Catharina, 's morgens vroeg
Belevenissen
_
Home__Weblog__Prikbord__Fotoblog__Videoblog__Foto's__Links__Gastenboek__Vrienden__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


voor ieder wat wils, wil je als gast reageren vergeet dan niet je naam erbij te zetten, anders word je verwijderd!



Mijn Profiel

Catharina9
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend



Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen

Beetje cynisch, vraag niet waarom
01 oktober 2020 07:57

Deze dag in de geschiedenis met
01 oktober 2020 07:52

Hortus Leiden
01 oktober 2020 06:52

Lieve Jansje
01 oktober 2020 06:37

Spreuken
01 oktober 2020 06:25




Fotoboeken


Katwijk laatste deel (24)
_
Ijsboerderij en meer (37)
_

Vogelvreugd (69)
_
Erasmusbrug (27)
_

Kabouters in de sneeuw (39)
_
Station Amstelveen (32)
_



Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

Gery
14 september 2020 00:26
_
Wat een leuk gedicht van de trein.

Catharina voor Gery
06 september 2020 17:25
_
Hoi Catharina, wat een prachtige stulpjes heb je uitgekozen. Mooie foto's.....Gery jouw bericht verwijderd....zie email dan begrijp je het...je tekst heb ik hier weer bij gezet en bedankt hiervoor. fijn dat je er weer bent.

Catharina voor Gery
06 september 2020 17:18
_
Bedankt voor je reacties zal je elders iets sturen daar je hier als gast bent en dit niet openbaar kan.




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door jannie1944 om 14:13
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door jannie1944 om 14:13
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door Matpau om 14:12
_
Matpau Online

Door jannie1944 om 14:12
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door jannie1944 om 14:11
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door jannie1944 om 14:10
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door Marc om 14:09
_
Nieuw Weblog gastenboek bericht geplaatst

Door jannie1944 om 14:09
_
Nieuwe Reactie geplaatst





_

Andere artikelen



OP DE ZOLDER VAN HET NOKTHEATER




Over de overkill van een excursie

Het is 1991 wanneer ik, in het kader van mijn tot mislukken gedoemde studie Nederlands, mee ga op een excursie naar Antwerpen. We gaan met een heuse touringcar vol vroege twintigers op schoolreisje.

Het is de bedoeling dat we enkele musea bezoeken, een trappistenbrouwerij en tot slot een theatervoorstelling.

In het eerste museum bereikt de spanningsboog van de studenten al de grens. Iets met een van de eerste drukkerijen van monniken. De gids, een klein mannetje op leeftijd, heeft een sympathieke présence en spreekt mooi semi-plat Vlaams, maar telkens zit er aan het einde van een zaal een deur die leidt naar een volgende zaal.

Ik herinner me nog iets over de herkomst van de uitdrukking ‘pagadders’. Maar dan ook alleen maar dat. Dat die man daar iets over verteld heeft dus.

Vele zalen verder is het alweer lunchpauze met de mogelijkheid om even de binnenstad in te gaan. Ik ga op antiquariatenjacht, zoals ik dat doe in elke stad waar ik kom. Het plaatselijke antiquariaat en de plaatselijke platenzaak, daar ga ik voor. In latere jaren komt daar nog de plaatselijke sushitent bij. De heilige drie-eenheid van de interlokale toerist.

Ik besluit om te verdwalen en zogenaamd de tijd te vergeten.

Enkele uren later en enkele dichtbundels rijker voeg ik me weer bij de groep nadat ik weer evenzo zogenaamd de weg terug ineens gevonden heb.

Ze hebben ergens trappistenbier geproefd of iets dergelijks. Maar het gerstenat en ik liggen elkaar niet, dus ik heb mijn tijd beter besteed.

Ik pik nog wel het laatste deel van de expeditie mee: de voorstelling Medea in het NOK-theater. De touringcar brengt ons naar een marginale spelonk van Antwerpen -althans, zo voelt het- en het NOK-theater blijkt inderdaad in de nok van een onbestemd gebouw te zitten. Op zolder.

Een stuk of vijftig studenten die al de hele dag op pad zijn, een lange busreis in de benen hebben, van het Trappistenbier hebben gesnoept en in de stad wellicht nog van ander bier -wat voor een gemiddelde student al genoeg aanleiding is tot semi-bezopen aanstellerij- een hoop museuminformatie verwerkt hebben en dat ook nog genoteerd hebben voor een verslag. En daar komt nu ook nog een Grieks drama bij. Geen ideale omstandigheden voor degenen die Zodadelijk voor ons moeten gaan optreden.

Denk ik dan.

En ik krijg gelijk.

De zolder van het NOK-theater blijkt een vlakke vloer-zaal met een tribune. Om op die tribune te komen moet je langs de vlakke vloer en met zovelen tegelijk loop je vanzelf óver de vlakke vloer. Dat zou op zich niet zo problematisch moeten zijn, ware het niet dat de voorstelling al begonnen is. Twee actrices staan iets moderne dans-achtigs te doen terwijl een voice over iets over Medea zegt. Giechelig beklimmen we de tribune. Maar sommige studenten voelen ineens druk op de blaas vanwege de Trappistenproeverij of wat voor vocht dan ook, en klauteren de tribune weer af, op zoek naar de wc.

Terwijl iedereen roezemoezend een plekje op de tribune zoekt gaat de voorstelling gewoon door. Driekwart van de strekking is nu al verloren gegaan. We hebben wel een reader meegekregen met de nodige voorinformatie over Medea en de interpretatie die we te zien krijgen, maar op dit moment staat ons daar niet zoveel meer van bij.

Wanneer we eindelijk zitten druppelen de verlate wc-bezoekers weer binnen, wat ook weer afleidt.

Als een van de weinige studenten die niet aangeschoten is zie ik het met lede ogen aan. Niet dat ik nou wél na zo’n lange dag zit te wachten op een Griekse tragedie in een quasi-experimenteel jasje, maar ik probeer het toch in Jezusnaam maar te volgen.

Het wordt geleidelijk stiller op de tribune, maar de verloren minuten kunnen nooit meer worden ingehaald.

De twee actrices spelen het verhaal van Medea na in een mix van uiteenlopende theaterstijlen. Op zich een leuke showcase van je vaardigheden, maar wie onvoldoende ingewijd is in de theaterhistorie ziet het verband niet. A player’s play, dat is het. Technisch knap, maar het is toch zoiets als twintig keer de bal hooghouden, gevolgd door een dubbele schaar en een hakje achter het standbeen door, zonder ook maar één moment in de buurt van de goal te komen.

Er is even wat bijval als de actrices een deel van het verhaal brengen in de vorm van een Antwerps volkslied. ,,Ze hadde viël slimmer moete weze, da’s ‘n oitgemaokte zaok...ze hadde de mythe moete leze, als ‘n vraaw schiet is ‘t raok...”

Maar dan gaat het weer over in iets Pinteriaans of Shakespeareaans of Sartresks of Beckettesks of Lodewijk de Boerderigs of weet ik wat. Het gaat over onze hoofden heen.

Als een van de twee speelsters tegen het einde een hysterische uitbarsting speelt, komt de ontlading. Het publiek schiet in een lachstuip en er klinken kreten als ‘gooi ut ‘r Mar èùt, mèske’.

,,Stop even” klinkt het ineens vanaf de tribune.

Het stuk ligt stil en er komt een klein mannetje op. Het blijkt de regisseur te zijn.

,,Het is mij in geen vijf jaar meer overkomen dat ik een voorstelling stil moest leggen” zegt hij vol onverholen woede. ,,Het is onbeschoft en respectloos zoals jullie je gedragen. Ik mag hopen dat jullie later in jullie beroep met meer respect behandeld zullen worden dan jullie nu doen. En spel hervatten nu!”

De actrices zijn verbijsterd en doen maar wat hen gezegd wordt.

Het applaus is toch nog zeer behoorlijk.

In het applaus loopt onze mentor plotseling het speelvlak op. Onze mentor is een boomlange, wat wazige en warrige man die heel raar uit de hoek kan komen.

We zijn verwachtingsvol stil.

,,Ik wil toch even wat zeggen over wat hier zojuist plaatsvond” opent hij. ,,We hebben allemaal een lange dag achter de rug en al veel gehoord en gezien. Ik vind dat onze studenten onder deze omstandigheden nog veel aandacht opgebracht hebben, zeker als je rekent dat u een zeer gecompliceerd stuk aanbiedt waarin u in verschillende theaterstijlen speelt. Dat u de voorstelling onderbrak om de studenten zo toe te spreken vind ik dan ook misplaatst en volstrekt niet nodig. Onze studenten hebben wel degelijk respect voor hetgeen u neerzet.”

Onze mentor krijgt applaus voor zijn optreden en de regisseur, die twee koppen kleiner is, kiest eieren voor zijn geld en geeft onze mentor maar gauw een sportieve hand.

Het is de redding van de avond. Er volgt immers nog een nabespreking en die zou weinig zin meer hebben gehad na de boze uitval van de regisseur.

Verschillende studenten die er tijdens de voorstelling amper hun hoofd bij konden houden stellen ineens zeer belangstellende vragen en willen nadien maar wat graag aan de actrices komen vertellen hoe groot hun bewondering wel niet was.

De regisseur krijgt een vraag over zijn keuze voor een verhaal over een vrouw, gespeeld door twee vrouwen. Hij grijpt de kans aan om zijn bozige imago bij te stellen door giechelig te antwoorden: ,,Ach, ik heb zelf ook wel wa verwaafde trekskes.”

Hilariteit alom en de tweede keer dat ie eieren voor zijn geld kiest.

Ik ben blij dat de dag erop zit. Ik ben oververzadigd en kan niet goed tegen het huichelachtige gedoe van mijn studiegenoten, die op de tribune voortdurend hun gelach zaten te onderdrukken en, eenmaal oog in oog met de theatermakers, lofuitingen tekortkomen. Vandaag valt meer dan de helft van mijn lichting als mens door de mand.

De groepsmentor heeft wel mijn respect door zo in te grijpen en de confrontatie aan te gaan. Als we op weg naar de touringcar zijn spreekt hij mij aan. Hij is wat aan het na mijmeren over de nabespreking en zoekt een klankbord. Hij zit met name nog wat te kauwen op een zinnetje van de regisseur, die heeft gezegd dat ze dit stuk in Vlaanderen veelvuldig voor middelbare scholieren gaan opvoeren.

Omdat hij mij als beginnende schrijver kent -en ook wel eens een bundeltje van me heeft gekocht- wil hij blijkbaar horen wat ik er van denk.

,,Denk jij, Ko, dat het haalbaar is om dit voor middelbare scholieren op te voeren? Ik bedoel, al die verschillende stijlen?”

Hij vraagt het mij wat weifelend, zoals hij altijd wel wat zoekend is.

,,Dat lijkt me heel moeilijk. Je merkte dat de meeste studenten dat al niet begrepen, dus voor scholieren...”

,,Nee, dat dacht ik ook.”

Het rare is dat dit reflectie-moment mij als een dierbare herinnering bijblijft. Misschien wel omdat er in deze levensfase zo weinig mensen om mij heen zijn met wie ik kan reflecteren over de dingen die ik zie, hoor en lees. Ik moet het allemaal zelf maar uitzoeken met dat geschrijf en geperform. Maar er zijn dus mensen die waarde aan mijn mening hechten en er zomaar naar vragen. Mensen die er voor gestudeerd hebben zelfs.

Ik vermeld nadien het gesprek zelfs in het verslag dat we verplicht moeten maken.

Met mijn medestudenten is de evaluatie van een ander niveau.

,,Ja, allicht is die regisseur niet gewend dat we niet stil zijn. Die Belgische scholieren doen hun bek niet open.”

Ik laat het maar langs me heen gaan. Ze weten niet waar ze het over hebben.

De busreis terug verloopt zoals busreizen op de terugweg altijd verlopen. Korter dan de heenweg, matte, uitgebluste stemming, paar meiden die geforceerd lollig gaan zitten zingen, andere passagiers die verzuchten dat het allemaal aandachttrekkerij is.

Ik overzie het gezelschap. Ik ben aan het einde van mijn eerste studiejaar. Een groot deel van dit gezelschap zal ik volgend jaar al niet meer terugzien en ik heb als student ook al bijna mijn langste tijd gehad.

Ik bekijk de dichtbundels die ik vanmiddag bij De Slegte gescoord heb. ‘Steilte’ van Johan Joos en ‘De hap van Adam’ van Driek van Wissen. Een paar medestudenten snuffelen er even aan. Wat inhoudt dat ze even naar de kaften kijken. Ééntje slaat een bundel open en maakt uit het colofon op dat Driek van Wissen in Groningen woont.

,,Dan koop je in Antwerpen een boekje van iemand uit Groningen” concludeert hij.

Zo is het maar net, kerel.

Tilburg nadert. Godzijdank. Ik heb genoeg van deze zeilkamp-stemming en verlang naar mijn thuishaven als naar het einde van deze studie. Al is dat laatste nog iets in mijn onderbewustzijn. Terwijl dat toch eigenlijk uit al het voorafgaande van deze dag blijkt.

Ko de Laat






Geplaatst op 16 september 2020 06:18 en 172 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Catharina9  
16 sep 2020 06:18
Eigen foto uit het museum....wat een geheugen